Westfriesland
Thema

Westfriesland en 1572

Het jaar 1572 is een kantelpunt in de Nederlandse geschiedenis. Toen kwamen steden in opstand tegen het Spaansgezinde gezag en vooral tegen de landvoogd, de hertog van Alva. Daarmee werd een stap naar een zelfstandig land gezet. Ook de drie Westfriese steden sloten zich aan bij de opstand van prins Willem van Oranje. Er heerste 'grooten nood' onder een 'ondragelijk juk'. De rechten die de inwoners van Holland en Westfriesland van oudsher hadden, waren aangetast.

 

Hagenpreken en de beeldenstorm

Koning Filips II volgde in 1555 zijn vader keizer Karel V op als heer der Nederlanden. Hier heerste ontevredenheid door de hoge belastingdruk, inperking van traditionele bevoegdheden en anti-protestantse regels.
De Spaanse koning drong zijn onderdanen het katholieke geloof op. Na het Smeekschrift der Edelen in 1566 werden de kettervervolgingen opgeschort en gingen protestanten zich openlijker uiten. Zij hielden hagenpreken, zoals in Blokker op 14 juni 1566. In datzelfde jaar vond ook de beeldenstorm plaats. Daarbij vernielden protestanten heiligenbeelden in kerken. Overigens viel de beeldenstorm in Westfriesland wel mee.

 

Opstand

Als reactie op de vernielingen en onrust stuurde koning Filips II een nieuwe landvoogd naar de Nederlanden: de hertog van Alva. Hij moest orde op zaken stellen. Veel protestanten wachtten een vervolging niet af en vluchtten naar het buitenland. Als watergeuzen gingen zij een gewapende strijd tegen de hertog van Alva aan. Alva liet schepen uitrusten, onder andere in Grootebroek, 'jegens den rebellen ende vianden vande Conincklycke Majesteijt'.
Op 21 mei 1572 koos Enkhuizen als eerste stad in Westfriesland voor de zijde van de opstandelingen. Als dank voor haar rol, schonk Willem van Oranje een jaar later het paalkistrecht aan Enkhuizen. Dit recht met bijbehorende inkomsten was eerder van het Spaansgezinde Amsterdam.

 

Geuzen en soldaten

Nadat Enkhuizen was overgegaan naar de zijde van de prins, kreeg ook Medemblik met de watergeuzen en opstandelingen te maken. In juni 1572 namen ze de stad en het kasteel in. Daarbij schuwden de geuzen het gebruik van geweld niet. Bij de inname van Medemblik werden vrouwen en kinderen als levend schild ingezet. Ook plunderden ze kerken in Westfriese dorpen waaronder Opmeer en Twisk. Dorpelingen moesten de geuzenvendels voedsel, onderdak en bezittingen geven, ongeacht of ze dat wilden of niet. Diederik Sonoy, die in naam van Oranje Westfriesland bestuurde, trad medogenloos op tegen katholieke geestelijken en verdachten.

Toon 19 bronnen

Tijdvakken

Beschikbare tools

Overzicht van toen en nu

Overzicht van alle transcripties

Overzicht van bron(nen) op de kaart